Zij draagt een onderlijfje van roze broderie,
daar is geen hünkemöller aan te pas gekomen.
Lees verder
Wist niet dat het bestond. Ik laat je los
en loop meteen ferm door. Jij let op mij, ik niet
Lees verder
Vannacht zag ik mijn moeder knielen,
lange donkere haren vielen los langs
Lees verder
Juf H. sloeg eenmaal om een vlek een kind.
Ze kraakte door de rijen, keek ellebogen in,
Lees verder
Soms denk ik wel: ben ik dat zelf
geweest? Dat meisje van elf
Lees verder
Stilte in de openbare leeszaal werd gevuld
met geluid van vallende steentjes, zwavelstokjes,
Lees verder
Stilte in de openbare leeszaal werd gevuld
met geluid van vallende steentjes, zwavelstokjes,
Lees verder
Dat nooit meer pijlsnel de steenarend
vallen zal: de sneeuwhaas worstelt
Lees verder
Voorzichtigheid geboden; dundruk maant
tot aandacht voor wat niet beschadigen wil.
Lees verder
Dit zijn de hemelmenigten, de files
uit de hoge: het grauw zakt naamloos af.
Lees verder
Het stormt. Hou huis en hart gesloten.
Een hoog gefluit giert door de valse lucht.
Lees verder
De ekster in zijn nette pak
zit op het randje van het dak
Lees verder
Gezien een duif hoog op een tak,
verdiept in een verward verhaal
Lees verder
Hij die de hemel op zijn vleugels draagt
is in dit sneeuwgebied een groet van God.
Lees verder
Fietsen op locatie; een uur
van luisteren naar straat en kade
Lees verder
Het ritme in de binnenbocht
van die gevel is haast te zingen,
Lees verder
Hij snijdt karton uit naar patronen
die in zijn geest gehuisvest zijn.
Lees verder
Geen publiek verkeer. Geen touringcar met
ballast. De enkeling die via pad
Lees verder
Waar kleed en klepel samenvallen
gaan pijen door de galerij
als een zwart lint van zwijgen, als een
Lees verder